Jachpo Uitgevers | Hoofddorp
Artikel in Dagblad Trouw op 1 oktober 2008. Start Kinderboekenweek.
Dromen van je naam op de kaft
Ze kruipen achter de laptop, terwijl hun
leeftijdsgenoten naar voetbal of balletles gaan. Ze schrijven. Waarover?
Over elfen en prinsessen, dieven en vampiers, school en tegendraadse pubers.
Eigenlijk hebben ze altijd zinnenverzinzin, zoals het thema van de
Kinderboekenweek luidt.
Iris Pronk

Een bestsellerauteur kun je Anna Poulssen (11) niet
noemen: van haar debuut zijn 25 exemplaren verkocht. Maar ’Verhalen in
mijn hoofd’ staat wel in de bibliotheek van Hoofddorp, vertelt de jonge
schrijfster giechelend: „Laatst zei een meisje uit mijn klas: ik heb jouw
boek geleend.”
Dat haar bundel (uitgegeven in eigen beheer) nog geen kaskraker is, komt misschien door de achterflap. Daarop vertelt Anna met ontwapende eerlijkheid dat het een ’stom boek’ is geworden. Lees liever boeken van Carry Slee, Francine Oomen en Jacques Vriens, zo luidt haar advies: „Want die verhalen van mij zijn niks.”
Anna schreef ze namelijk toen ze negen was en haar hoofd vol elfen en prinsessen zat. Vreselijk kinderachtig vindt ze die nu: „Ik schrijf alleen nog maar verhalen die echt gebeurd kunnen zijn.” Daarmee hoopt ze ooit een boek te vullen ’dat wat beroemder wordt’. Eerst nog even oefenen: „Als ik straks volwassen ben, kan ik het misschien heel goed.”
Nederland kent ruim een miljoen hobbyschrijvers van achttien jaar en ouder, zo bleek vorig jaar uit het Trouw Schrijfonderzoek. Hoeveel schrijvende kinderen er zijn is onbekend, maar het moeten er velen zijn. Meisjes als Anna, die een paar keer per week achter de laptop kruipen terwijl hun vriendinnetjes paardrijden of naar balletles gaan. Jongens die liever achter hun bureautje zitten dan buiten voetballen.
Wat schrijven deze jonge auteurs? Om te beginnen wat ze zelf graag lezen, zo vertelt de twaalfjarige Tom Schonenberg uit Noord-Limburg, die elke dag drie à vier A-4tjes produceert. Eerst schreef hij spannende avonturenverhalen, met titels als ’Een schat in de tuin’ en ’Gitaarsnaar: Spelen voor Afrika’. Maar nu is hij in de ban van de halfvampier Darren Shaw: „En dus schrijf ik zelf ook meer in die stijl.”
Schrijvers in de dop maken bijna allemaal de ontwikkeling door die de psychologe Charlotte Bühler ruim tachtig jaar geleden al beschreef: ze verruilen de sprookjesleeftijd (tot 8 à 10 jaar) voor de Robinsonleeftijd (tot 12 à 14 jaar), met een voorkeur voor meer realistische avonturenverhalen.
Daarna volgt – bij meisjes eerder dan bij jongens – de heldenfase, waarin jongeren willen meeleven met leeftijdgenoten die ook tobben met vriendschap en seksualiteit, ouders en school. Die zich vaak eenzaam en onbegrepen voelen en soms met grote problemen als pesten en echtscheiding worden geconfronteerd.
Verhalen zijn vermoedelijk het populairste genre bij aanstormende schrijvers: daarin laten prinsessen, elfen, detectives, vampiers, irritante leraren en tegendraadse tieners zich nu eenmaal het beste vangen.
Maar ook poëzie is hot, zegt Inge Kappert van Doe Maar Dicht Maar, de jaarlijkse poëziewedstrijd voor jongeren van 12 tot 18 jaar. Vijf jaar geleden ontving de organisatie zo’n 4000 inzendingen, nu ruim 6500. Dat is mede te danken aan de populariteit van het slammen (ritmische voordracht in wedstrijdverband). „Wat jongeren vroeger hadden met bandjes, hebben ze nu met poëzie.”
Met poëzie begon ook de schrijverscarrière van Daphne Heijdelberg (18), zojuist gedebuteerd met de autobiografische roman ’Nooit meer op de fiets naar school’ (Moon uitgeverij). Ze weet nog precies wat de aanleiding was voor het gedicht dat ze schreef op haar zesde (zie de cover). „Ik kreeg van Sinterklaas een zeepje in mijn schoen in de vorm van een citroen.”
Vele gedichten én verhalen volgden: over een heel erg verwend meisje op een kasteel bijvoorbeeld, dat opbloeit dankzij de nieuwe koksjongen. „Ik stuurde het zelfs op naar een uitgeverij”, lacht Daphne nu. „Ik heb er nooit meer iets van gehoord.”
Maar Daphne volhardde en werd op haar dertiende columnist van jongerenkrant Kidsweek. Op haar zestiende begon ze te schrijven aan het boek dat nu in de winkels ligt, waarin ze verslag doet van haar tijd op een internationale school in India.
Daphne heeft zich ontwikkeld: van puber tot jonge vrouw, van aanstormend tot al behoorlijk ervaren schrijfster. Met de ogen van die laatste kijkt ze kritisch naar haar eigen boek: „Als ik het teruglees, dan vind ik het hier en daar wel langdradig. Ik zou het nu kernachtiger opschrijven.”
Zelfkritiek heeft ook Maren Stoffels, die twintig is maar al debuteerde op haar zestiende. Sindsdien zijn er zes boeken van haar hand verschenen, waarvan ruim honderdduizend exemplaren zijn verkocht. Ze moet het lichtend voorbeeld zijn van bijna alle meisjes die fantaseren over een serieus leven als schrijfster, later als ze groot zijn.
Maren schreef haar debuut ’Dreadlocks & lippenstift’ (2005), dat al acht keer is herdrukt, toen ze vijftien jaar oud was. Daarvoor had ze minstens twintig andere boeken geschreven: over een Eskimojongen, over een moderne Romeo en Julia, over twee vriendinnen die samen op vakantie gaan. Niet goed genoeg, oordeelde uitgeverij Leopold, die wel haar latere boeken uitgaf. En daar is Maren het mee eens: „Die verhalen waren heel onlogisch opgebouwd en bevatten veel te veel toevalligheden.”
Maar ook op ’Dreadlocks’, waarin ze de zomervakantie van de vijftienjarige Sofie beschrijft, heeft de auteur nu wel wat aan te merken: „Ik zat toen midden in mijn puberteit en dat merk je ook wel. Mijn hoofdpersoon Sofie is een redelijke doemdenker, ze heeft het gevoel dat de hele wereld tegen haar is.”
In haar eersteling bleef Maren heel dicht bij haar eigen leven: „Ik lees ’Dreadlocks’ niet graag voor in klassen, omdat het bijna een soort dagboek is.” Nu zoekt ze haar onderwerpen liever ’verder weg’, omdat ze er dan ’objectiever’ over kan schrijven. Haar hoofdpersonen blijven overigens wel vijftien en de schrijfster blijft trouw aan de thema’s uit haar debuut: onzekerheid, verliefdheid, de pijn die het doet als je buiten de groep valt.
Van dit soort meidenonderwerpen moet de Limburgse gymnasiaste Amber-Helena Reisig (16) niets hebben. Zij is de fase van ’Carry Slee-achtige verhalen’ gepasseerd, zegt ze zelf: „Ik wil niet voor jongeren schrijven, maar echte, serieuze literatuur maken.”
En dus sleutelt Amber-Helena aan een dichtbundel en aan ’het concept’ van haar roman ’Stilgaan’. De kern van dat boek, dat zich zal afspelen in het Interbellum, vat de schrijfster als volgt samen: „Het draait om verval en om het moment waarop je alles verliest. Pas dan weet je wat je had.”
Amber-Helena heeft al een eerste succes op haar naam: ze won de Limburgse voorronde van Write Now!, de landelijke schrijfwedstrijd voor jongeren van 15 t/m 24 jaar, met haar verhaal ’Jazz’. Daarin glipt de jonge hoofdpersoon stiekem het huis uit om naar een concert te gaan. Amber-Helena schreef het verhaal in wat ze zelf een ’lyrische, beeldende stijl’ noemt.
Maar ze is er nog lang niet, zegt Amber-Helena: ze zoekt nog naar haar eigen toon en taal. Net als alle jonge schrijvers moet ze het gereedschap van volwassen schrijvers nog beter leren hanteren: het perspectief, de structuur, de tijd en de stijl. „Ik wil voor mijn achttiende debuteren, maar ik weet niet of dat lukt,” verzucht de Limburgse.
Ook de elfjarige Anna, die werkt aan een verhaal over de drieling Minka, Ronja en Ilona, merkt dat schrijven moeite kost. Een boek van honderd pagina’s, dat lijkt haar ooit wel wat, zegt ze met een twinkeling in haar ogen. Maar nu lijkt ze te lijden onder wat haar volwassen collega’s wel een writers block noemen: „Ik krijg dít verhaal niet eens niet af.”
De boeken van Anna Poulssen en Tom Schonenberg zijn te bestellen via www.lulu.nl. Aanstaande zaterdag schrijft Erik-jan Harmens in Trouws Boeken over pubers, rap en poëzie. Later in de week een interview met Ted van Lieshout, die een bundel samenstelde met poëzie voor kinderen.
| Tips voor jonge schrijvers: Speel met
barbies. Uitgeverij Querido ontvangt een paar keer per maand een manuscript van een kind: „Vaak met allemaal gekleurde letters; je ziet dat de schrijvers er maanden mee bezig zijn geweest,” zegt uitgeefassistent Esther Floor. „Maar vaak vergeten ze de afzender erbij te zetten, zodat ik ze niet eens kan bedanken.” Tip één voor jonge schrijvers luidt dus: vergeet je adres niet. Maar voordat een verhaal rijp is voor de uitgeverij, moet het natuurlijk eerst worden verzonnen. Daarvoor heeft de elfjarige Anna Poulssen uit Hoofddorp een handige tip: ga spelen met barbies, of (als je dat te kinderachtig vindt) met het computerspel Sims: „Daarin kun je je hoofdpersonen ontwerpen en aankleden.” Dan volgt de fase van het schrijven en dat valt in je eentje niet mee. Tom Schonenberg (12) zoekt daarom hulp en feedback bij de community schrijversonline op internet: "Dat is eigenlijk voor volwassenen, maar er doen ook vijf of zes kinderen mee.” Jonge schrijvers moeten vaak nog zoeken: ben ik een schrijver of een dichter? Probeer gewoon alle genres uit, zegt Daphne Heijdelberg (18). „En vind wat je zelf schrijft nooit goed genoeg.” Voor 12-plussers zijn er verschillende schrijfwedstrijden, zoals Doe Maar Dicht Maar (www.doemaardichtmaar.nl, tot 18 jaar) en Write Now (www.writenow.nl, 15-24 jaar). De jury's van die wedstrijden krijgen steeds meer de functie van talentscout: winnaars dragen voor op serieuze festivals en worden soms benaderd door een uitgeverij. Jong talent is ook van harte welkom op www.trouw.nl/schrijf, Trouws vrijplaats voor schrijvers op internet. Daar is tijdens deze Kinderboekenweek een webvitrine voor 18-minners ingericht. |
| Kinderboekenweek 2008: Zinnenverzinzin Het thema van deze Kinderboekenweek (1 t/m 11 oktober) is poëzie. Het motto ’Zinnenverzinzin’ is ontleend aan een gedicht van Joke van Leeuwen: „Soms kun je zinnenverzinzin hebben: / zin om de zinnen die zingen vanbinnen / naar buiten te spinnen als spinnen hun webben. / Zodra je begint is er al een begin, / een zinnenvanbinnenverzinzinzin.” Hans Hagen schreef dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk ’Vlammen’, over de jongen Bo die een heftige week uit zijn leven beschrijft. Charlotte Dematons tekende het Prentenboekje, getiteld ’Fiets’. De Kinderboekenweek opende gisteravond met een Kinderboekenbal in het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam. Verder trekt er deze week een lange stoet van kinder- en jeugdboekenschrijvers langs basisscholen en onderbouwklassen in het voortgezet onderwijs. De populaire schrijfster Maren Stoffels signeert in boekwinkels, zie voor haar programma www.marenstoffels.nl |
TROUW
1
oktober 2008